Feestje op Amsterdamse optiebeurs

Op 4 april is het precies 40 jaar geleden dat de Amsterdamse optiebeurs van start ging. Deze had de primeur in Europa en werd 5 jaar na de eerste optiebeurs ooit, de Chicago Board of Options Exchange, geopend. Sinds 1988 is de Amsterdamse optiebeurs gevestigd op het Beursplein 5. Net als de Amsterdamse beurs ging de optiebeurs in 2000 op in het internationale concern Euronext. De tijd dat de optiehandelaren in felgekleurde jasjes de beursvloer bevolkten is voorbij. Ook opties worden vrijwel uitsluitend online afgehandeld.

Opties, veel ouder dan de beurs

Tegenwoordig spreekt men over een optie als een recht om gedurende een bepaalde periode zaken (bijvoorbeeld aandelen) te mogen kopen of te mogen verkopen tegen een vastgestelde prijs. Een optiecontract omvat meestal een vast aantal stukken. Het recht om te kopen noemt men een call. Bij de oprichting van de Amsterdamse Optiebeurs waren in eerste instantie alleen calls te verhandelen. Het recht om te kunnen verkopen noemt men een put. Beleggers kunnen in het algemeen zowel opties kopen als verkopen (schrijven). Bij geschreven posities moet een margin worden aangehouden voor de mogelijke bijbetalingsverplichting.

Er werd echter al veel eerder met opties gewerkt, zelfs al bij de tulpenbollenmanie. In dit tijd was het al heel gewoon om een optie te nemen op een aantal bollen. Ook in de grondstoffenhandel is een vergelijkbare manier van handel mogelijk met termijncontracten. Opties en andere derivaten geven beleggers de mogelijkheid in de onderliggende stukken te handelen met een beperktere inleg.

Terminologie op de optiebeurs

Men spreekt op de optiebeurs in principe over drie mogelijkheden voor zowel de calls als de puts.

– Als de optie out of the money is, houdt dit in dat de beurskoers van de onderliggende waarde lager is dan de uitoefenprijs van de call. Bij een put is dat uiteraard dan het omgekeerde.

– Een optie is at the money als de beurskoers van de onderliggende waarde gelijk is aan de uitoefenprijs van de call dan wel de put.

– Een optie is in the money als de uitoefenwaarde van de call lager is dan de beurskoers van de onderliggende waarde. Voor de put geldt dan weer het omgekeerde.

Indien met opties op aandelen wordt gewerkt worden de aandelen gekocht bij een call of verkocht bij een put indien de optie in of at the money is. Als de optie een index als onderliggende waarde heeft, wordt de positie altijd financieel afgehandeld.

0 antwoorden

Laat een reactie achter

Wilt u zich mengen in de discussie?
Voel u niet bezwaard om bij te dragen!

Geef een reactie